FAQ

Frequently Asked
Questions

Veelgestelde vragen

Na meer dan 18 jaar in de grafische sector te werken heb ik al heel wat kennis opgedaan. Van klanten krijg ik dikwijls dezelfde vragen, problemen voorgeschoteld. Daarom maakt ik deze FAQ met het antwoord op deze meest gestelde vragen. Heb je nog een vraag, dan mag je me ook mailen op info@atelier-verso.be

Grafische vormgeving is het visueel en creatief vormgeven van ideeën. Die dan technisch worden uitgewerkt. Het idee/concept wordt vooraf bedacht door een brainstorm of uit te proberen en door te inspireren. 

Ontwerpen is een proces die je samen met je klant doormaakt tot hij trots en tevreden is met het resultaat.Een grafisch vormgever kan elk soort van drukwerk lay-outen, een advertentie, een geboortekaartje, huisstijlen aanmaken, een logo, naamkaartje, briefpapier, verpakking, … ontwerpen. 

Ook een brochure, een poster, een flyer, een magazine, een catalogus, een roll-up banner voor op beurzen of de stand zelf ontwerpen. Ook digitaal zoals Facebook-banners en andere sociale mediadragers, digitale nieuwsbrieven, websites lay-outen, online advertenties opmaken. Foto’s bewerken en illustraties maken. 

Elke grafisch ontwerper heeft zijn eigen stijl.Ik hou vooral van ‘KEEP IT SIMPLE’ Elke ontwerper heeft specialisaties waar hij goed in is. De mijne zijn catalogi, (vak)magazines, corporate brochures en huisstijlen. 

Na een afgerond grafisch ontwerp proces (en na betaling van de factuur) is de opdrachtgever eigenaar van het grafisch ontwerp. Dat wil zeggen dat de opdrachtgever onbeperkt gebruikersrecht heeft. De auteursrechten blijven eigendom van de grafisch ontwerper. Dat wil zeggen dat de opdrachtgever het grafisch ontwerp niet zonder toestemming kan veranderen of doorverkopen.

InDesign is een programma dat voor veel mensen minder bekend is. Je gebruikt het vooral voor drukwerk. Denk aan kranten, magazines, brochures maar ook flyers en posters. Je gebruikt InDesign voornamelijk bij het opmaken van veel tekst. 

In InDesign kun je makkelijk teksten, foto’s, logo’s en andere elementen samenbrengen op de door jou gewenste manier. Ook zorgt InDesign ervoor dat je deze met de juiste afmetingen en aanleverspecificaties bij een drukker kunt aanleveren. De foto zelf bewerk je wel in Photoshop als dat nodig is, maar je werkt de poster uit met tekst en andere vormgeving in InDesign.

Illustrator is een programma waarmee je illustraties kunt maken, ook wel ‘vector art’ genoemd. Dit programma is niet geschikt voor foto’s. Een vector is een vorm in Illustrator dat oneindig groot of klein gemaakt kun worden zonder dat het scherpte verliest. Je gebruikt het programma voor onder andere logo’s maken, illustraties, infographics, grafieken, iconen, typografie enzoverder.

Photoshop is het programma waar iedereen van denkt dat daar alles in gebeurd. Dit is niet helemaal waar. Lang niet alle vormgevers gebruiken dit programma meer zo vaak. Het ligt er maar net aan wat je wilt maken. Photoshop is bedoelt voor fotobewerking en daarbij draait alles om pixels. Pixels zitten verwerkt in een foto. Pixels vormen samen een foto. Dus hoe meer pixels, hoe scherper je foto! 

Naast fotobewerking is Photoshop ook ideaal voor het maken en bewerken van digitale afbeeldingen voor op websites. Ook zijn er kunstenaars en designers die in Photoshop digitale kunstwerken maken. Met een tekentablet kun je je fantasie de vrije loop laten en maken wat je maar wilt.

In een huisstijlgids of huisstijlhandboek leg je de stijlregels van je visuele identiteit vast. Hierin staat bvb. hoe je omgaat met logovarianten, kleuren, stijlelementen en typografie. Zo is voor iedereen duidelijk welke richtlijnen er gelden voor visuele communicatie. Welke onderdelen je in het huisstijlhandboek naar voren laat komen, is voor iedere organisatie anders. In ieder geval is het logo een belangrijk onderdeel van je huisstijl. Heb je verschillende versies van het logo, kleur en zwart-wit? Of misschien heb je een variant met en zonder beeldmerk? Welke gebruik je dan wanneer? 

Leg naast het logo ook de gekozen kleuren vast in het huisstijlhandboek. Deze zijn namelijk met zorg uitgekozen. Zowel de CYMK, RGB, HEX en de eventuele PMS-kleuren mogen daarom niet ontbreken.Een ander belangrijk onderdeel van je visuele identiteit is de gekozen typografie. Dit zijn de lettertypes die worden gebruikt. Welk font gebruik je wanneer? In welke puntgrootte en met welke regelafstand? Zijn er standaard lettertypes/-groottes voor koppen en voor platte tekst? Ook deze onderdelen vind je vaak terug in het huisstijlhandboek.

Welke onderdelen je in het huisstijlhandboek naar voren laat komen, is voor iedere organisatie anders. In ieder geval is het logo een belangrijk onderdeel van je huisstijl. Heb je verschillende versies van het logo, kleur en zwart-wit?  Of misschien heb je een variant met en zonder beeldmerk? Welke gebruik je dan wanneer? 

Leg naast het logo ook de gekozen kleuren vast in het huisstijlhandboek. Deze zijn namelijk met zorg uitgekozen. Zowel de CYMK, RGB, HEX en de eventuele PMS-kleuren mogen daarom niet ontbreken.

Een ander belangrijk onderdeel van je visuele identiteit is de gekozen typografie. Dit zijn de lettertypes die worden gebruikt. Welk font gebruik je wanneer? In welke puntgrootte en met welke regelafstand? Zijn er standaard lettertypes/-groottes voor koppen en voor platte tekst? Ook deze onderdelen vind je vaak terug in het huisstijlhandboek.

Een JPG is een afbeelding met achtergrond. Het is het meest gebruikte bestandstype voor online en print. JPG is ideaal geschikt voor website of voor een Social Media post. In tegenstelling tot PNG biedt JPG geen ondersteuning voor transparantie. Een JPG biedt over het algemeen een goede balans tussen goede beeldkwaliteit en lage bestandsgrootte. 

Een PNG is eigenlijk hetzelfde als een JPG, maar dan alleen voor gebruik op beeld. Niet geschikt voor drukwerk! Daarnaast heeft een PNG keuze tot een transparante achtergrond. Jouw afbeelding of logo kan goed gebruikt worden als extra laag over een achtergrond.

Een PSD is het officiële Adobe Photoshop bestand en bestaat uit verschillende ‘lagen’ die je allemaal los van elkaar kan bewerken. Een nadeel hierin is dat er weinig programma’s zijn die een PSD-bestand kunnen openen en dat het redelijk zwaar is.

Een EPS is een grafisch bestand. Het wordt voornamelijk gebruikt voor logo’s en illustraties. Een EPS bestand kun je vergroten of verkleinen zonder kwaliteitsverlies. Om die reden is het perfect voor drukwerk.

De afkorting AI staat voor Adobe Illustrator. Adobe Illustrator wordt gebruikt voor het ontwerpen van logo’s en vector bestanden. Een vector kan je vergroten of verkleinen zonder kwaliteitsverlies. Hetzelfde als een PSD is een AI-bestand bedoelt om het originele bestand te kunnen bewerken.

Een PDF is het standaard formaat voor het uitwisselen van al je documenten. Hoge resolutie bestanden zijn geschikt om je bestanden aan te leveren aan je drukkerij. Het grote voordeel aan PDF-bestanden is dat iedereen ze kan openen zonder speciale software, en dat alle documenten er op elke computer en voor elke printer altijd hetzelfde zullen uitzien. 

Foto’s en afbeeldingen kunnen enkel gebruikt worden wanneer je toestemming hebt van de fotograaf. Dus je kan ze niet zomaar van het internet halen. Ook kan je niet zomaar een foto van personen gebruiken zonder hun toestemming.

Je kan foto’s kopen op fotobanken, die zijn goed van kwaliteit en er is een groot aanbod. Ik werk meestal met Shutterstock of iStock. Je kan ze zelf kopen via een abonnement of via mij. Nadeel is wel dat veel foto’s er zeer amerikaans uitzien. Je kan ook eens kijken op Unsplash, dat is een gratis fotobank maar het aanbod is natuurlijk beperkter. Check altijd hoe het zit met de rechten van de fotograaf, soms is het gebruik beperkt.

Je kan foto’s kopen op fotobanken, die zijn goed van kwaliteit en er is een groot aanbod. Ik werk meestal met Shutterstock of iStock. Je kan ze zelf kopen via een abonnement of via mij. Nadeel is wel dat veel foto’s er zeer amerikaans uitzien. Je kan ook eens kijken op Unsplash, dat is een gratis fotobank maar aanbod is natuurlijk beperkter. Check altijd hoe het zit met de rechten van de fotograaf, soms is het gebruik beperkt.

Lowres en highres is de afkorting van low en high
resolution (lage en hoge resolutie). Een lowres wordt meestal uitgewisseld om de eerste voorstellen door te sturen. Door de lage kwaliteit kan je deze makkelijk mailen en kunnen er nota’s in aangebracht worden met correcties. De kwaliteit van de foto’s zijn niet goed in een lowres pdf, dus baseer je daar niet op.

Als de lowres pdf wordt goedgekeurd en naar de drukker mag dan wordt er een highres pdf (of drukklare pdf) gemaakt. Deze is goed van kwaliteit en druktechnisch in orde. Deze zijn dikwijls te zwaar om te mailen. Je kan ze herkennen doordat er in de hoeken van het document dikwijls snijtekens staan.

Een afbeelding, zoals een JPEG of PNG, bestaat normaal gezien uit pixels in een raster, elk met hun eigen kleur.

Vectoren zijn afbeeldingen die niet uit pixels bestaan, maar uit punten en lijnen. Je kan ze oneindig vergroten zonder dat ze kwaliteit verliezen, goed voor een visitekaartje maar ook op een grote bache op je gevel. Logo’s worden bij voorkeur vectorieel gemaakt in Illustrator en bewaard onder .ai of .eps.

RGB staat voor Rood, Groen en Blauw en werkt op basis van licht. Hoe meer en hoe feller je de kleuren combineert, hoe witter de kleur wordt. RGB kleurcombinaties worden vooral gebruikt als je voor digitaal ontwerpt. Beeldschermen werken namelijk ook op basis van licht.

Printers en drukmachines werken met inkt op basis van CMYK kleuren. Om de juiste kleuren te krijgen moet je ontwerp dus in CMYK zijn, of naar CMYK kleuren omgezet worden. CMYK staat voor Cyaan Magenta Yellow en blacK. Met deze 4 kleuren kan je alle kleuren verkrijgen.

Een Hex-code is de code van een bepaalde kleur in HTML, deze zijn dus specifiek voor je beeldscherm. Een hex-code bestaat uit 6 cijfers) die duidelijk maken om welke kleur het gaat en begint altijd met een #.

PMS (Pantone Matching System) is een universeel en gestandaardiseerd systeem om kleuren te benoemen. Pantone-kleuren worden vóóraf gemengd uit acht basiskleuren, terwijl bij CMYK-kleuren het mengproces gebeurt in de drukpers. Sommige kleuren kunnen niet uit CMYK gemaakt worden en daarom neem je beter een Pantonekleur zoals bvb. feloranje of zilver. Pantone wordt meestal nog gebruikt bij drukwerk in 2 kleuren zoals briefpapier. Van Pantonekleuren vind je ook verschillende Pantonewaaiers terug, zeer handig om een kleur te bepalen.

Met afloop van het drukwerk, ook wel bleed genoemd, bedoelen we de marges die nodig zijn voor het snijproces. Meestal nemen we 3 of 5 mm rondom. Dus alle foto’s en kleurvlakken die tegen de rand komen, moet je 3 mm over de ‘rand’ laten verder lopen en zo heb je geen witte randen bij het snijden.

Meestal zitten de paskruisen samen met de snijtekens in een document. De paskruisen zijn bedoeld om bij het drukken de kleuren precies op elkaar te kunnen drukken.Het is een instrument om nauwkeurig te kunnen drukken. Snijtekens zijn bedoeld om aan te geven hoe het papier gesneden moet worden. Snijlijnen herken je aan de zwarte lijntjes op de hoeken van het bestand. Deze zijn eenvoudig toe te voegen in professionele drukwerkprogramma’s als Adobe Indesign en Illustrator.

  A0  1189 x 841 mm

  A1  841 x 594 mm

  A2   594 x 420 mm poster

  A3   420 x 297 mm  poster

  A4   297x 210 mm  briefpapier

  A5   210 x 148 mm

  A6   148 x 105 mm

  A7   105 x 74 mm

  A8   74 x 52 mm

  B1   700 x 1000 mm

  B2   500 x 700 mm

  85 x 55 mm  naamkaartje

  210 x 99 mm  groetenkaart

Digitaal printen

Voor kleinere hoeveelheden gebruiken we een digitale printer. Hiervoor is het niet nodig om drukplaten te maken. Die zijn namelijk duur in aanmaak waardoor de prijs van het drukwerk te hoog zou worden.

Voordelen:

Voordeliger bij een lage oplage.

De opstartkosten zijn laag.

Personalisatie is mogelijk.

Nadelen:

Hoger kostenbij een hogere oplage.

Papiersoorten zijn beperkt.

Kan kleurafwijkingen hebben.

 

Offset drukken 

Offset drukken gebeurt aan de hand van traditionele drukpersen. Er wordt voor elke kleur (cyaan, magenta, geel en zwart) een aluminium drukplaat aangemaakt die de inkt overdraagt op een rubberdoek. Deze doek drukt dan de inkt op het papier.

Voordelen:

Voordeliger bij een hoge oplage.

Speciale en luxe afwerkingsmogelijkheden.

Geen kleurafwijkingen

Nadelen:

De productie is vaak minder snel
dan digitaal drukwerk.

Hoge opstartkosten.

Voor drukwerk lever je foto’s aan die op ware grootte minimum 200 dpi, bij voorkeur 300 dpi zijn. (foto’s voor digitaal gebruik: 72 dpi). Dat is waarschijnlijk chinees voor je maar je zou ongeveer kunnen zeggen dat je een foto van 2000×3000 pixels of een bestandsgrootte van ongeveer 18 megabyte moet hebben om een kwaliteitsvolle A4 afdruk te maken. Over het algemeen geldt dat een foto met een bestandsgrootte van minder dan 200 kb te klein is. Van een foto van 2 Mb of meer is die vaak wel hoog genoeg voor standaardgebruik. Maar meer dan een grove indicatie is dit niet.

Blaas je foto’s niet zomaar op. Bij het vergroten van de foto krijg je slechtere kwaliteit. Probeer dus bij het aanleveren je originele foto aan te leveren voordat hij bewerkt of kleiner gemaakt is. Een goede foto is correct belicht, goed van scherpte, vrij van ruis en helder van kleur. 

Foliedruk

Foliedruk is een ambachtelijke druktechniek waarbij met behulp van warmte een laagje folie in de kaart wordt gedrukt. Het indrukken gebeurd met een stempel die speciaal voor het kaartje aangemaakt wordt. Gekende folies zijn goudfolie, koperfolie, zilverfolie en rosé-goudfolie, maar ook blauwe, groene, rode, paarse, … folies zijn mogelijk! In tegenstelling tot inkt is folie 100% dekkend.

Letterpress en blinddruk

Bij letterpress wordt de tekst of tekening in de kaart gedrukt met een kleur naar keuze. Deze druktechniek zorgt dan ook voor een mooi en voelbaar reliëf in de kaart. Dit geeft het kaartje een unieke uitstraling.

Bij blinddruk wordt de info blanco in de kaart gedrukt, zonder inkt dus. Deze techniek komt het beste tot zijn recht op extradik papier.

Gestreken of coated papier is het gladde papiertje dat je kent van de gemiddelde flyer. Het papier is voorzien van een coating of strijklaag die ervoor zorgt dat het papier glad wordt. Hierdoor is het papier beter te bedrukken. Deze papiersoort zie je vaak bij glossy magazines en flyers.

Ongestreken papier wordt ook wel uncoated papier genoemd en is in de kern hetzelfde als gestreken papier, maar dan zonder het laagje coating. Daardoor kan deze soort een structuurtje hebben. Het is wat ruwer. Ongestreken papier is dan ook goed beschrijf- en bestempelbaar omdat het de inkt een beetje opneemt. Het heeft een duurdere en speciale look, een gestreken papier is meer ‘gewoon’ papier.

Bij kappen (ook stansen of ponsen) worden bepaalde delen uit het papier verwijderd door middel van een kapvorm. Zo wordt het papier nauwkeurig en snel in de juiste vorm en op maat gesneden. Het kan toegepast worden op allerlei soorten drukwerk: deurhangers, presentatiemappen, naamkaartjes, flyers, … Er bestaan standaard kapvormen die een drukkerij liggen heeft of je kan er één op maat laten maken voor je persoonlijk, uniek drukwerk.

Het verhaal begint altijd bij het zogenaamde ‘gramsgewicht’. Het gewicht van papier wordt namelijk bepaald door het aantal gewogen grammen per vierkante meter, vanuit het A0 formaat.Een papiervel op A0 formaat heeft een oppervlakte van ongeveer 1 m². Als je één vel van een bepaalde papiersoort in dat formaat gaat wegen, krijg je het ‘gramsgewicht’ van het papier (= g/m²).

Voor brieven en andere correspondentie wordt gewoonlijk papier van 90 g/m² gebruikt. Maar dat betekent dus niet dat jouw brief 90 g weegt! Welk papiergewicht je nu best kiest, is sterk afhankelijk van het type drukwerk dat je bestelt. Voor recto verso drukwerk is een iets zwaarder papier het meest geschikt, om een doordruk te vermijden. Zo ben je er zeker van dat de gedrukte tekst of afbeelding op de achterzijde niet te merken is op de voorzijde (en omgekeerd). We bekijken samen welk papier het beste past bij jouw drukwerk. Hoe dikker en specialer het papier, hoe duurder natuurlijk.

Om een boekje te verkrijgen moet je minimum 4 pagina’s rekenen. Als je een blad in 2 plooit, dan heb je een voorzijde, een linkse binnenzijde, een rechtse binnenzijde en een achterzijde, 4 zijdes dus. En op iedere zijde staat er bij voorkeur iets. Voor een dikker boekje, tel je er steeds 4 pagina’s bij. 

Als je 16 pagina’s heb dan vormt dat een katern en boekjes van 32 pagina’s tellen dus 2 katernen. Het kunnen bvb. ook 4 x 16 + 8 pagina’s zijn, dan heb je wel papierverlies omdat je 8 blanco pagina’s hebt die weggesmeten worden.

Een selfcover is een boek of een magazine waarvan het papier van de cover exact hetzelfde is als dat van het binnenwerk. Dit geeft meestal een minder luxueus gevoel. Het kan soms, afhankelijk van het totaal aantal bladzijden, een stuk schelen in de prijs. 

Een hardcover is een boek die voorzien is van een harde kaft. Een hardcover bestaat uit een boekblok van dunner papier (meestal genaaid), uit schutbladen en een harde kaft. De dikte van de kaft varieert meestal tussen de 2 en de 3 mm. 

De geniete binding is een echte klassieker onder bindmethodes. Deze wijze van binden wordt heel frequent gebruikt bij tijdschriften, brochures en (dunne) catalogi. Bij de geniete binding worden in elkaar gestoken drukvellen met nietjes van staaldraad in slechts één doorloop in de rugvouw met elkaar verbonden. Daarbij wordt het nietje in de meeste gevallen op twee plaatsen door de band geprikt en aan de binnenzijde omgebogen. Na de binding volgt het bijsnijden aan drie kanten.

Voordelig en snel te produceren zijn de voordelen van deze binding. Bovendien onderscheidt deze zich door een relatief lange duurzaamheid en het drukwerk kan heel goed worden opengeslagen. Opgedrukte motieven zijn tot ver in de band (het midden van het drukwerk in opengeslagen toestand) zichtbaar.

De pagina’s van een gedrukt product worden aan elkaar gelijmd om duurzaam drukwerk te produceren. De verlijming is perfect voor verkoopcatalogi (dikke), tijdschriften en magazines en uitgebreide brochures.

Bij de verlijming worden afzonderlijk gevouwen vellen achter elkaar op elkaar gelegd (verzameld) Daaruit ontstaat het binnenwerk van uw drukwerk. Om ervoor te zorgen dat de lijm diep in de papiervezels kan doordringen, wordt de rug afgefreesd, opgeruwd en het papierstof dat daarbij ontstaat verwijderd. Pas dan kan de lijm met behulp van rollen of spuitkoppen aan de buitenkant op de band (rug van het boek) worden aangebracht. Vervolgens wordt de omslag op de nog niet volledig gedroogde lijm geperst. Dan worden de overige drie kanten bijgesneden en is het verlijmde gedrukte product klaar. Bij de verlijming is meestal een banddikte van enkele millimeters nodig. Daarom zijn kleine aantallen pagina’s met geringe papiergramsgewichten in de regel technisch niet uitvoerbaar. 

Bij de genaaid gebrocheerde binding worden de drukvellen door middel van draden met elkaar verbonden. Met draad gehecht drukwerk is heel duurzaam, maar wel tijdrovend qua productie en duur, en wordt daarom toegepast voor hoogwaardige werken. Typische producten van deze manier van boekbinden zijn boeken zoals bijvoorbeeld prentenboeken, kunstboeken, catalogi, …

Bij de genaaid gebrocheerde verbinding vouwen wij eerst afzonderlijke drukvellen. Deze worden vervolgens verzameld en aan elkaar vastgenaaid. Hieruit ontstaat het boekblok, dat op de rug met lijm wordt bestreken en aan drie kanten wordt bijgesneden. De aan elkaar genaaide en met lijm ingestreken boekblokken kunnen vervolgens in diverse omslagen worden gehangen. 

Nee, ik heb enkele drukkers die ik kan aanraden maar je bent vrij in welke drukker je kiest om mee samen te werken. We kunnen ook samen op zoek gaan naar de beste drukker. De drukkosten zijn dus  niet ingebrepen in de prijs.

Liesbeth De Backer

Oude Brusselseweg 292

9050 Gentbrugge

0477 911691 

info@atelier-verso.be

BE 0501.907.692